Menu
19Jun2026

MPG 2026 en biobased bouwen: worden de milieuvoordelen eindelijk beter zichtbaar?

Per 1 juli 2026 verandert de manier waarop de milieuprestatie van gebouwen wordt berekend. De overheid voert een herziene MPG-methodiek in, gebaseerd op de Europese standaard EN 15804:A2. Tegelijkertijd gaan voor het eerst milieuprestatie-eisen gelden voor diverse utiliteitsgebouwen, waaronder scholen, zorginstellingen, winkels en bedrijfshallen.

Voor de bouwsector betekent dit meer dan een technische aanpassing van een rekensysteem. De wijzigingen raken direct de manier waarop materialen worden beoordeeld en kunnen invloed hebben op ontwerpkeuzes, vergunningstrajecten en de positie van biobased bouwmaterialen. Toch is de vraag die veel marktpartijen bezighoudt niet zozeer wat er verandert, maar of de nieuwe systematiek de milieuvoordelen van natuurlijke materialen daadwerkelijk beter zichtbaar maakt.

Wat verandert er op 1 juli 2026?

De belangrijkste wijziging is de overstap van elf naar negentien milieu-impactcategorieën. Naast bekende onderdelen zoals klimaatverandering, verzuring en fijnstofvorming worden ook andere effecten meegewogen, waaronder landgebruik, waterschaarste en verschillende vormen van toxiciteit.

Daarnaast worden de MPG-eisen uitgebreid naar gebouwtypen die tot nu toe buiten de regelgeving vielen. Waar milieuprestatieberekeningen vooral relevant waren voor woningen en kantoren, krijgen nu ook scholen, zorggebouwen, logiesfuncties, winkels en bedrijfshallen te maken met wettelijke grenswaarden. Voor ontwerpers, adviseurs en opdrachtgevers betekent dit dat materiaalkeuzes steeds eerder in het ontwerpproces moeten worden meegenomen.

Meer categorieën betekent niet automatisch een andere winnaar

Op papier lijkt een bredere beoordeling gunstig voor materialen die zijn gemaakt van hernieuwbare grondstoffen. Materialen op basis van houtvezels, hennep, stro, schapenwol of andere natuurlijke vezels worden immers anders geproduceerd dan veel conventionele bouwmaterialen. Toch is het te eenvoudig om te stellen dat biobased materialen automatisch beter zullen scoren onder de nieuwe methodiek.

De MPG blijft een levenscyclusanalyse waarbij uiteenlopende milieu-effecten tegen elkaar worden afgewogen. Een gunstige score op het ene onderdeel betekent niet automatisch een gunstige totaalscore. Bovendien blijven de uitkomsten afhankelijk van de kwaliteit van de onderliggende data en van de manier waarop milieu-effecten binnen het systeem worden gewaardeerd. Dat maakt de discussie over de nieuwe MPG-methodiek complexer dan soms wordt voorgesteld.

De discussie over CO₂-opslag is nog niet voorbij

Juist op dit punt loopt binnen de bouwsector al jaren een debat. Biobased materialen bevatten biogene koolstof die tijdens de groei van planten en bomen uit de atmosfeer is opgenomen. Wanneer deze materialen langdurig worden toegepast in gebouwen, blijft die koolstof voor langere tijd opgeslagen.

Voorstanders van biobased bouwen wijzen erop dat deze tijdelijke koolstofopslag een belangrijke bijdrage levert aan klimaatdoelstellingen. Critici van de huidige MPG-systematiek stellen echter dat deze klimaatwinst nog steeds onvoldoende zichtbaar wordt in de uiteindelijke milieuscore.

Volgens hen ontstaan daardoor situaties waarin materialen met sterk verschillende klimaatimpact relatief dicht bij elkaar uitkomen in een MPG-berekening. Voorstanders van de bestaande systematiek benadrukken juist dat een milieubeoordeling rekening moet houden met de volledige levenscyclus van materialen, inclusief hergebruik, verwerking en de eindfase van een product. De invoering van de nieuwe methode lost deze discussie niet automatisch op. Wel zorgt zij ervoor dat het gesprek over de waardering van biogene koolstof waarschijnlijk opnieuw zal oplaaien.

Houtskeletbouw en CLT blijven interessant

Binnen de sector wordt vaak gewezen op houtskeletbouw (HSB) en Cross Laminated Timber (CLT) als bouwsystemen die goed aansluiten bij de ambities van circulair en biobased bouwen. Dat betekent echter niet dat een gebouw automatisch een lage MPG-score krijgt zodra hout als constructiemateriaal wordt toegepast.

De uiteindelijke milieuprestatie hangt af van het totale ontwerp. Isolatiematerialen, afwerkingen, installaties, bevestigingsmiddelen en onderhoudsverwachtingen spelen allemaal een rol. Ook de beschikbaarheid van actuele productdata kan bepalend zijn voor de uitkomst van een berekening.

Wel lijkt duidelijk dat een integrale benadering steeds belangrijker wordt. Niet één materiaal bepaalt de milieuprestatie van een gebouw, maar de samenhang tussen constructie, schil, installaties en levensduur.

Data worden minstens zo belangrijk als materialen

Een van de meest onderschatte gevolgen van de nieuwe regelgeving heeft weinig met materialen zelf te maken. De MPG-berekening is afhankelijk van gegevens uit de Nationale Milieudatabase (NMD). Producenten moeten daarvoor beschikken over actuele en gevalideerde milieuverklaringen die aansluiten op de nieuwe A2-systematiek.

Wanneer die gegevens ontbreken, verouderd zijn of nog gebaseerd zijn op oudere rekenregels, kan dat gevolgen hebben voor de toepasbaarheid van een product in een vergunningstraject.

Voor fabrikanten van biobased materialen ligt hier mogelijk een grotere uitdaging dan in de prestaties van het materiaal zelf. Een product kan technisch en ecologisch aantrekkelijk zijn, maar zonder actuele milieuverklaring wordt het lastig om die voordelen binnen een MPG-berekening zichtbaar te maken.

Nieuwe kansen in scholen en zorggebouwen

De uitbreiding van de MPG-verplichting naar scholen, zorginstellingen en andere utiliteitsgebouwen kan een belangrijke ontwikkeling zijn voor de biobased sector.
Juist in deze gebouwen spelen thema's als comfort, vochtregulatie, binnenluchtkwaliteit en duurzaamheid vaak een belangrijke rol. Dat zijn onderwerpen waarbij natuurlijke materialen regelmatig worden genoemd als interessant alternatief voor meer conventionele oplossingen.

Of dit daadwerkelijk leidt tot een grotere toepassing van biobased materialen zal afhangen van kosten, beschikbaarheid, prestaties en de manier waarop opdrachtgevers hun duurzaamheidsdoelen formuleren.
De regelgeving opent de deur, maar bepaalt niet automatisch welke materialen worden gekozen.

Een beter systeem, maar nog niet het eindpunt

De herziene MPG-methodiek vormt een belangrijke stap in de verdere verduurzaming van de bouwsector. De uitbreiding naar negentien impactcategorieën en de verbreding naar nieuwe gebouwtypen zorgen voor een completer beeld van de milieueffecten van gebouwen.

Tegelijkertijd blijven er vragen bestaan. Wordt de klimaatwaarde van biobased materialen voldoende gewaardeerd? Is de Nationale Milieudatabase klaar voor de nieuwe systematiek? En hoe voorkom je dat administratieve beperkingen belangrijker worden dan de werkelijke milieu-impact van materialen?

Dat zijn vragen die waarschijnlijk ook na 1 juli 2026 onderwerp van discussie blijven. Eén ding lijkt echter zeker: wie de milieuprestatie van gebouwen wil verbeteren, zal niet alleen naar energieverbruik moeten kijken. Materiaalkeuzes spelen een steeds grotere rol. En daarmee wordt de discussie over biobased bouwen relevanter dan ooit.

Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Bio Bouwblad

Schrijf je in voor ons Bio Bouwblad en blijf op
de hoogte van de laatste biobased ontwikkelingen!

Inschrijven

Account aanmaken

Door een account aan te maken in deze winkel kunt u het betalingsproces sneller doorlopen, meerdere adressen opslaan, bestellingen bekijken en volgen en meer.

Registreren

Recent toegevoegd

U heeft geen artikelen in uw winkelwagen

Totaal incl. btw:€0,00

Verzendkosten berekenen

Geen verzendmethoden gevonden voor dit land.