Zelf een gegoten leemdekvloer leggen met Léém
Een gegoten leemdekvloer wordt grotendeels op dezelfde manier aangebracht als andere gegoten dekvloeren, maar leem gedraagt zich tijdens het mengen, drogen en afwerken anders. Zo is de hoeveelheid water belangrijk en horen droogscheuren bij het materiaal.
In dit stappenplan leggen we uit hoe je de Gegoten Leemdekvloer van Léém (BC Materials) aanbrengt. Het stappenplan is gebaseerd op de uitgebreide verwerkingshandleiding van Léém.
De leemdekvloer wordt aangebracht op een stabiele ondergrond en heeft volgens Léém een dikte van 6 tot 10 cm. Tussen de ondergrond en de dekvloer kunnen bijvoorbeeld isolatie, een membraan tegen optrekkend vocht en/of vloerverwarming worden verwerkt.
Wat heb je nodig?
Welke gereedschappen je precies nodig hebt, hangt af van de grootte van de vloer en de gekozen werkwijze. Léém noemt onder andere een geschikte menger, betonpomp, pompslangen van minimaal 85 mm, trilnaald, laser of waterpas, betonhark, rei, vlakspaan, scheppen, emmers en geschikte werkschoenen. Voor het schuren of polijsten zijn aparte machines nodig.
Bij een vloer groter dan 20 m² adviseert Léém om een mixerwagen en betonpomp te gebruiken. Bij kleinere oppervlakken kan het materiaal uit bigbags op de bouwplaats worden gemengd.
Stap 1. Zorg voor de juiste omstandigheden
Controleer voordat je begint de temperatuur. Léém adviseert om de vloer aan te brengen bij een temperatuur tussen 5 en 25 °C. Zorg er ook voor dat de leem tijdens de werkzaamheden beschermd blijft tegen regen, lekkages, stilstaand water en ander bouwvocht.
Houd daarnaast voldoende ruimte vrij voor het mengen, pompen en andere benodigde apparatuur.
Stap 2. Maak de ondergrond schoon
Een goede voorbereiding begint bij een schone ondergrond. Verwijder eerst alle losse delen. Borstel vervolgens vuil weg en gebruik een stofzuiger om de ondergrond stofvrij te maken.
De ondergrond moet vlak zijn en mag geen schadelijk vocht bevatten. Dat is belangrijk om overal ongeveer dezelfde dikte van de leemdekvloer te krijgen.
Maak je een zwevende of niet-hechtende dekvloer? Dan schrijft Léém een kunststof scheidingsmembraan voor. Laat dit langs de wanden enkele centimeters boven het uiteindelijke vloerniveau omhoogkomen. De verschillende banen moeten elkaar minimaal 5 cm overlappen. Let wel op: volgens de handleiding is deze oplossing alleen geschikt in combinatie met niet-waterdichte vloerafwerkingen.
Stap 3. Meng de leemdekvloer met water
Bij gebruik van bigbags wordt het mengsel op de bouwplaats met water gemengd. Zorg dat de menger vooraf helemaal schoon en leeg is. Achtergebleven korrels van andere materialen kunnen bij machinale verwerking bijvoorbeeld de leidingen verstoppen.
De Léém leemdekvloer is behoorlijk stroperig. Gebruik je een planetaire menger, dan adviseert Léém daarom een krachtige machine van minimaal 430 V.
Een vaste hoeveelheid water per bigbag wordt in de geraadpleegde handleiding niet voorgeschreven. De juiste hoeveelheid wordt bepaald aan de hand van de consistentie van het mengsel.
Stap 4. Controleer de consistentie met een slump test
Deze stap is belangrijk. Te veel water maakt het materiaal wel makkelijker te verwerken, maar zorgt tijdens het drogen voor meer scheurvorming.
Voeg dus niet zomaar extra water toe omdat het mengsel lastig te verwerken lijkt. Een natter S4-mengsel is mogelijk, maar Léém waarschuwt dat dit tot meer droogscheuren leidt.
Stap 5. Bereid de pomp voor
Gebruik je een betonpomp? Gebruik dan pompslangen met een diameter van minimaal 85 mm. Voordat de leemdekvloer door de slangen gaat, adviseert Léém om eerst een dun mengsel van Léém leempleister of leemmortel door de leidingen te pompen. Dit helpt om verstoppingen te voorkomen.
Houd tijdens het pompen de trechter van de pomp gevuld. Zo blijft het materiaal gelijkmatig stromen en voorkom je dat er lucht in de leidingen komt.
Stap 6. Stort en verdeel de leemdekvloer
Verdeel het mengsel stap voor stap over de vloer. Dat kan volgens Léém vanuit een mixerwagen, met een betonpomp of met een kruiwagen. Gebruik een betonhark of vergelijkbaar gereedschap om het materiaal over het oppervlak te verdelen.
Werk daarbij naar het gewenste vloerniveau toe. Met vooraf aangebrachte hoogtemarkeringen kun je tijdens het storten blijven controleren of de vloer overal op de juiste hoogte komt.
Stap 7. Verdicht de leem
Ga na het verdelen met een trilnaald door de verse leemdekvloer. Hiermee verminder je de hoeveelheid luchtbellen in het materiaal.
Overdrijf het trillen niet. Te veel trillen kan ervoor zorgen dat de verschillende korrels in het mengsel zich van elkaar gaan scheiden.
Stap 8. Rei en egaliseer de vloer
Is het materiaal goed verdeeld en verdicht? Egaliseer het oppervlak dan met een gewone of trillende rei. Op plekken waar je met een rei moeilijk bij kunt, kun je een vlakspaan gebruiken.
Controleer tussendoor de hoogte van de vloer. Werk ook nauwkeurig langs muren en andere randen.
Stap 9. Laat de leemdekvloer drogen
Nu begint een belangrijk verschil met een cementgebonden dekvloer. Bij leem ontstaat de samenhang niet door een cementreactie, maar doordat een groot deel van het aanwezige water verdampt.
Zorg daarom voor goede droogomstandigheden. Houd de ruimte tussen 5 en 25 °C en zorg voor voldoende ventilatie. Léém adviseert tussen oktober en maart het gebruik van een luchtontvochtiger. Tussen april en september kan worden geventileerd met deuren en ramen. Tegelijk moet de vloer beschermd blijven tegen regen, ander water en direct zonlicht. Dek de vloer tijdens het drogen niet af.
Bij ongeveer 20 °C en 50% relatieve luchtvochtigheid kun je volgens de uitgebreide Léém-handleiding uitgaan van:
- na 7 dagen: voorzichtig beloopbaar, met bescherming onder de voeten;
- rond 15 dagen: de verwachte droogscheuren worden zichtbaar;
- na 28 dagen: volledig gedroogd en geschikt om te belasten.
Stap 10. Controleer de droogscheuren
Schrik niet wanneer tijdens het drogen scheuren ontstaan. Léém houdt bij deze leemdekvloer rekening met gecontroleerde scheurvorming. De scheuren helpen zelfs bij het drogen, omdat hierdoor meer van het materiaal met lucht in aanraking komt.
Controleer de scheuren wel. Ze geven namelijk informatie over de hoeveelheid water die tijdens het mengen is gebruikt. Volgens de handleiding geldt een maximale tolerantie van minder dan 6 mm. Bij grotere scheuren schrijft Léém voor dat de vloer opnieuw moet worden aangebracht, omdat dit kan wijzen op een verkeerde waterdosering en een lagere mechanische sterkte.
Stap 11. Kies de gewenste afwerking
Na het drogen zijn er verschillende mogelijkheden. Wil je nog een andere vloerafwerking aanbrengen? Dan hoeven normale droogscheuren die onder deze afwerking verdwijnen volgens Léém niet te worden gevuld. De ruwe structuur kan juist als ondergrond voor de lijm dienen.
Je kunt de leemdekvloer ook zelf in het zicht laten. Léém beschrijft daarvoor onder andere een glad afgewerkte vloer en een geschuurde vloer.
Geschuurde leemdekvloer
Wil je de vloer schuren, dan worden de scheuren eerst gevuld. Léém adviseert hiervoor wat materiaal uit de bigbag apart te houden. Van het droge mengsel en water kun je een dunne leempap maken. Deze wordt door een zeef van 4 of 6 mm gehaald, zodat grote korrels achterblijven. De leempap wordt vervolgens met een wisser stevig in de scheuren gewerkt.
Het schuren gebeurt met een betonschuurmachine met diamantsegmenten. Doe dit wanneer de vloer nog enigszins vochtig is, maar al wel stevig aanvoelt. Léém adviseert eerst ongeveer 1 m² als proefstuk te schuren. Komen er veel steentjes los of ontstaan er gaten? Maak de vloer dan opnieuw licht vochtig en probeer het nogmaals.
Door het schuren worden de verschillende grindkorrels in de leemdekvloer zichtbaar. Hierdoor ontstaat volgens Léém een uitstraling die doet denken aan terrazzo.
Een leemdekvloer vraagt om aandacht voor water en droging
Het leggen van een gegoten leemdekvloer lijkt op het eerste gezicht sterk op het aanbrengen van een gewone dekvloer. Toch zitten de belangrijkste verschillen juist in de details. De juiste hoeveelheid water, een goede verdichting en gecontroleerde droging bepalen voor een groot deel het uiteindelijke resultaat.
Het voordeel is dat leem na het drogen verder kan worden afgewerkt, maar ook zelf de zichtbare vloer kan vormen. Zo combineer je de technische functie van een dekvloer met de natuurlijke uitstraling van leem.
Dit stappenplan is een vereenvoudigde Nederlandse uitwerking van de verwerkingsrichtlijnen van Léém/BC Materials. Raadpleeg voor uitvoering altijd de volledige technische handleiding van de fabrikant.
Bronnen:
Verwerkingshandleiding – Gegoten Leemdekvloer – Léém (FR).pdf
Technische fiche – Gegoten Leemdekvloer – Léém (FR).pdf