Een rustig gesprek voeren terwijl de muziek van de Lowlands-mainstage vlakbij klinkt? Dat is al een uitdaging. Laat staan wanneer je die gesprekken wil gebruiken voor wetenschappelijk onderzoek. Onderzoekers van de Vrije Universiteit Amsterdam stonden daarom voor een bijzondere klus: negen ruimtes bouwen waarin festivalbezoekers met verschillende robots konden praten, zonder te veel last te hebben van het geluid buiten. Voor de akoestische isolatie kwamen ze samen met Groene Bouwmaterialen uit bij Métisse katoenisolatie.
Negen robots, negen eigen ruimtes
Een team van twaalf onderzoekers van de VU Amsterdam onderzoekt wat ervoor zorgt dat mensen een robot als menselijk ervaren. Hiervoor bouwden ze geluiddichte hokjes met negen verschillende robots. Elke robot had een eigen ruimte. Bezoekers gingen van ruimte naar ruimte, net zoals je op een festivalterrein van de ene naar de andere locatie gaat. In die ruimte speelden bijna 200 bezoekers “escaperoom-achtige spelletjes als onderdeel van een mystery game”, vertelt Marieke van Otterdijk, een van de onderzoekers. “Daarna vulden de deelnemers vragen in over hun ervaring met de robot.”
Om die gesprekken goed te kunnen voeren, moest eerst een praktisch probleem opgelost worden: de onderzoeksruimtes stonden vlak bij de mainstage. Een plek waar stilte nu niet bepaald vanzelfsprekend is.
Op zoek naar duurzame geluidsisolatie
Voor de onderzoekers was vanaf het begin duidelijk dat ze niet zomaar ieder isolatiemateriaal wilden gebruiken. Zowel het onderzoeksteam als de organisatie van Lowlands werkt natuurlijk graag met duurzame materialen.
Tijdens hun zoektocht kwam het team eerst uit bij schapenwolisolatie. Marieke: “We hadden al wat research gedaan en ik nam contact op met Groene Bouwmaterialen met één praktische vraag: hoe krijgen we de schapenwolisolatie eigenlijk op Lowlands?”
Dat ene telefoongesprek veranderde de materiaalkeuze. Astrid van Groene Bouwmaterialen dacht mee over de toepassing en wees erop dat het team vooral op zoek was naar akoestische isolatie. “Schapenwol zou wel een akoestische functie hebben, maar dat is niet het hoofddoel van dat materiaal”, vertelt Marieke. “Geluiddemping en densiteit was belangrijker. Daarom adviseerde Astrid ondanks haar persoonlijke voorkeur voor wol, toch Métisse.”

Métisse tussen en boven de robotruimtes
Zo gezegd, zo gedaan. Métisse katoenisolatie werd verwerkt in de wanden tussen de verschillende ruimtes. Ook aan de bovenkant was geluidsisolatie nodig. De hokjes waren daar namelijk open. Met houten latten maakte het team een frame met isolatiemateriaal er bovenop. En dat bleek te werken. Ondanks de ligging vlak bij de mainstage hadden de onderzoekers in de hokjes volgens Marieke maar weinig last van het geluid buiten. “Buiten stonden wij hard te praten met mensen en dat hoorde je eigenlijk bijna niet in die hokjes”, vertelt ze.

Van oude spijkerbroek naar festivalisolatie
De keuze voor Métisse kreeg voor Marieke nog een extra leuke betekenis. Het materiaal wordt gemaakt van gerecycled textiel, waaronder oude spijkerbroeken. En juist met dat materiaal had ze al eerder ervaring opgedaan. “Vroeger, voordat ik in de academische wereld zat, was ik een masterstudent industrieel design”, vertelt Marieke. “Daar hield een onderzoeksgroep zich onder andere bezig met stoffen en materiaalkunde. Spijkerbroeken zijn relatief moeilijk te recyclen, dus daar focusten we op.” Dat dit textiel nu een nieuwe toepassing krijgt als isolatiemateriaal is een bijzonder toeval.

Een klein materiaaladvies met een groot verschil
Het project laat mooi zien waarom het belangrijk is om isolatiemateriaal te kiezen op basis van de toepassing. De eerste materiaalkeuze van het onderzoeksteam was al bewust en duurzaam. Maar door te kijken naar wat het materiaal op Lowlands daadwerkelijk moest doen, kwam een andere oplossing beter uit de bus. Nu zetten Marieke en haar mede-onderzoekers de volgende stap: het uitwerken van de onderzoeksresultaten.
Foto’s via LinkedIn Tessa Beinema


